Het begon vorige week vrijdag. We kregen onze (doorgaans) goede slaper 's avonds maar niet gekalmeerd, en eens in zijn bedje zette hij het kot nog meer op stelten. Gevolg: een halve nacht wakker met een boze Wolf (die wild om zich heen aan het slaan was, vooral in de richting van zijn oortjes... wat bij ons meteen de gedachte aan een opkomende oorontsteking opriep).
Zaterdag gingen we, zoals verteld, naar Leuven voor de begrafenis van Tante Mit, alwaar de jongste Smeets het zonnetje in huis was, en zo de trots van de familie. Nonkel Rik bespeurde een tandje. En zo wij ook, naderhand (zie vorige berichten). Twee à drie exemplaren zelfs.
Zaterdagnacht trad vervolgens de hel in: koude rillingen gevolgd door (veel) koorts bij ons, in combinatie met misselijkheid en spierpijnen, en bovendien aangevuld met een krijsende baby (een hele nacht lang). Zondag, maandag en dinsdag lagen papa en mama 'strijk' (afgewisseld met over/op de pot hangen) (diagnose: buikgriep of voedselvergiftiging). Wolfs tanden bleken ondertussen door te komen en minder pijn te doen. Het vervelende gevolg van die slecht getimede ziektetoestanden was wel dat ik me op geen manier deftig kon voorbereiden op de openbare verdediging van mijn doctoraat. Bovendien was het eerst nog bang afwachten tot de interne deliberatie, vandaag.
Vandaag, nog maar half genezen, werd ik vervolgens verwelkomd door een viruswaarschuwing op mijn pc. Een Trojan virus had zich blijkbaar (tijdens mijn ziektedagen of tijdens het lang weekend) netjes op mijn pc genesteld (baasje ziek, computertje ziek?). En vermenigvuldigd. En nog vermenigvuldigd. En nog eens. Geloof mij. Dat is het laatste wat je wil meemaken wanneer je je nog volop moet (beginnen) voorbereiden op je doctoraatsverdediging de volgende dag. Zeker voor een stresskip en controlefreak als ondergetekende. Mijn promotor dacht dat hij nog een grapje moest maken over Murphy en hoe die mij blijkbaar graag ziet, me half kalmerend door te stellen dat er 'Nu toch wel niets meer fout kon gaan'. Het lachen verging hem een beetje toen hij een uur voor de deliberatie te horen kreeg dat de trein van één van de proffen in de commissie (de 'extra muros') er niet beter op had gevonden om ergens ten velde in panne te vallen.
Soit: de deliberatie liep gelukkig niét op een sisser uit, dus ik mag u trots melden dat Wolf me vanaf morgenavond, na de publieke verdediging/vernedering, 'doctor mama' mag noemen (:))
Nog terzijde. Gisteren kregen we bovendien op de vakgroep het heel treurige nieuws dat onze ex-vakgroepvoorzitter, decaan en collega professor John Vincke 's ochtends was overleden. Het was een man waarnaar ik erg opkeek, heel intelligent en erg gedreven, die tevens deel uitmaakte van de begeleidingscommissie van mijn doctoraat. Hij zal erg gemist worden op de vakgroep.
donderdag 28 mei 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)



Geen opmerkingen:
Een reactie posten